Trekking door Zuidelijk Baliem
Na het avontuur in de jungle gingen we terug naar ons lokaal huisje in Wamena – hotel Rainbow. We werden er opnieuw zeer vriendelijk onthaald en ze waren zeer benieuwd naar onze verhalen.
’s Avonds aten we in het restaurant van het hotel en nodigden we Wendius uit voor het diner. Als echte Belgen hadden we nu wel echt zin naar een biertje, maar ook dit bleef bij een wens. We vroegen aan de hoteluitbater dat er nu echt niemand is die hij kent die hier of daar enkele blikjes bier verkocht.Maar alcohol vinden in een islamitisch land is een utopie. De enige die we vonden waren alcoholvrij. Opeens haalde hij een blikje Heineken boven, die hij vermoedelijk meegesmokkeld had vanop het vliegtuig en bood het ons aan. We verdeelden het blikje over vier glazen, en nog nooit heeft een biertje gesmaakt.
Omwille van alle gevolgen door verlate vluchten konden Ellen en Jill maar slechts twee dagen meegaan op trekking naar de Baliem Vallei, want ze moesten op tijd hun vlucht halen naar Jayapura, waar ze een bufferzone hadden ingepland.Guy, Lindsey en ikzelf gingen onze terugticket naar Jayapura enkele dagen verlaten. Met de nodige hulp van Wendius konden we dit zonder een probleem verzetten.
We gingen opnieuw met Wendius in zee om een trekking te doen door de Baliem Vallei. We konden het risico nemen om een andere gids te zoeken, maar dat ging tijdverlies zijn, en wie weet kwamen we niemand tegen. Verder waren we ookvrij tevreden over Wendius als gids. Het onderhandelen over de prijs ging nog moeizamer, maar we kwamen opnieuw tot een overeenkomst. De volgende dag deden de nodige boodschappen samen met Famuka en Wendius. We mochten zelf mee beslissen om wat we wilden eten.
We besloten om niet naar het ”toeristisch noordelijke gedeelte” te gaan van de Baliem Vallei, waar je onderandere de mummie kan bewonderen, die overal op internet terug te vinden is, en tegen betaling een foto mag nemen. Verder opteerden we ook niet om een varkensfeest te financieren. Het kan wel een unieke belevenis zijn, maar twijfelden nog aan de authenticiteit. De Baliem Vallei is ook een “vrij toeristische” plaats in Papoea.
We kozen bewust voor het zuidelijke deel van de Baliem Vallei. Het werd een 3 daagse trekking :
Dag 1 : trekking Sugokomo – Kilise
Dag 2 : trekking Kilise – Syokosimo
Dag 3 : Syokosimo – Wamena
Nog niet volledig uitgerust van het ene avontuur vertrokken we de volgende dag richting Baliem Vallei. We werden opgehaald door 2 jeeps en verdwenen uit het centrum van Wamena. We maakten nog even een stop voor de laatste boodschappen te doen. Op de levendige markt zagen we waar de Yali’s, Dani’s en Lani’s hun kleurrijke waren verkochten. We zagen ook hoe ze hier aan afvalverwerking doen....triestig. Alle afval wordt gewoon in de rivier gegooid. Recycleren kennen ze hier echt niet.
Na ongeveer een uur rijden kwamen we op de startplaats waar we onze dragers ontmoeten. De boodschappen werden verdeeld over de dragers en begonnen we aan een nieuw avontuur. Na ongeveer een halfuurtje stappen kwamen we aan onze eerste hindernis namelijk een vrij brede kolkende rivier. De overkant droog bereiken was ons doel. 2 Papoeas namen elkaar polsen vast waarop de “lady’s” één per één mochten plaatsnemen en zo werden ze tot aan de overkant gedragen van de rivier. Wij (Guy en ikzelf) moesten door de kolkende rivier ons evenwicht zoeken op de losliggende stenen en kregen hulp van hen om zonder te vallen en droog de overkant te bereiken. Een eindje verder werd onze surat jalan afgegeven en afgestempeld en kon de eigenlijke trekking beginnen. Het weer was tot in tegenstelling in de jungle zalig om in te wandelen. Af en toe een fris briesje die voor verkoeling zocht. Het leek “peanuts” te worden in vergelijking met het wandelen in de jungle, maar na enkele uren begonnen de smalle stijgende en dalende paadjes met af en toe klauterwerk over stenen omheining. We beseften vrij snel dat deze keer niet het weer maar wel de omgeving was die de trekking vrij pittig zal maken. In het zuidelijk deel van de Baliem zijn de bergen hoger en moeilijker begaanbaar.die voornamelijk door glooiend heuvellandschap gaat. Alle inspanning is echter niet voor niets, want door de ontoegankelijkheid van het gebied komen we in dorpjes waar de tijd lijkt stil te staan. De Dani-hutten in hun ommuurde terrein staan dichter op elkaar. We zien veel minder westerse kleding. Vooral oudere mensen dragen nog alleen een peniskoker of een rieten rokje, ook 's avonds als het toch behoorlijk fris wordt in de bergen.


Soms moet je een stuk langs afgronden dus je moet geen hoogtevrees hebben. Af en toe maakten we stops en genoten we van de schitterende panoramazichten over de groene onderhouden akkers die omringd zijn door muurtjes van stenen, die voorkomen dat de vruchtbare aarde wegspoelt en dat hun varkens weglopen. In het midden zie je de kolkende Baliemrivier. De zichten zijn echt adembenemend.
Overdag gaan de Dani hoog in de bergen werken op hun ingenieuze akkers. In de middag zie je ze terugkeren naar hun compounds en kom je af en toe een naakte Dani krijger tegen met zijn koteka en de gekende rode verenmuts. Zelfs droegen we alleen onze dagrugzak met daarin water en een trui waren we opnieuw volledig bezweet. We passeerden kleine dorpjes en kwamen na een 5 uur wandelen aan in onze eerste overnachtingsplaats. Het waren redelijk ruime compounds met dunne matrassen op de grond. We bevestigen onze muskietennetten aan het plafond, en daar er geen elektriciteit was maakten we alles al klaar om straks zonder veel problemen te gaan slapen. Opeens kwamen er een tal van Dani mensen uit de omgeving en begonnen ze hun koopwaar neer te leggen...Ze zien dat er toeristen zijn en proberen een duitje bij te verdienen. Er lag een diversiteit aan (gebruikte) koteka’s, halskettingen en de geweven noken(draagtassen). In de vooravond werden de meisjes door Famuka opgehaald en besloten ze samen met Famuka spaghetti klaar te maken. Bij kaarslicht genoten we van de lekkere spaghetti en hebben we onze laatste avond samen gevierd.
De dag nadien vertrok Ellen en Jill met een drager opnieuw richting Wamena, waar ze de volgende dag terugvlogen naar Jayapura. Die nacht was het echt koud en kwam het thermisch ondergoed echt van pas. ’s Morgens werden we omstreeks 6u gewekt en na een stevige maaltijd van pannekoeken namen we afscheid van Jill en Ellen en gingen we met ons 3 verder met Wendius, Famuka en enkele dragers. De tweede dag van de trekking werd nog pittiger dan de eerste dag, en werd nog bemoeilijkt door een hevige regenbui, waardoor de paden echt modderig werden. We moesten bij het dalen echt oppassen dat we niet uitglijden en moesten ons vasthouden aan alles wat in de nabijheid stond. Vandaag moesten we ook 2 gammele hangbruggen trotseren. We schuilden voor de regen bij enkele oude Dani vrouwen die fruit verkochten. Ze toonden hun handen die enkele vingerkootjes miste. Vroeger werden er bij de Dani vrouwen vingerkootjes afgehakt als rouwritueel bij overlijden in de familie. Je zal maar uit een grote familie komen waarvan al vele mensen overleden zijn...
Nadat de grootste regenvlaag gepasseerd was trotseerden we onze eerste lange hangbrug, die er nu nog gladder bij lag dan voorheen. Terwijl we door het heuvelachtige landschap wandelden bewonderden we de terrasvormige akkers waar de vrouwen aan het werk waren, en kwamen zo opeens aan onze tweede hangbrug terecht. Het was er een volledig gemaakt uit rotan en lianen. Er kwam geen enkele schroef bij te pas. Bij het oversteken zag je de kolkende rivier hevig te keer gaan en kreeg je een verfrissende douche van de nevel van het opspattende water. Halverwege de middag kwamen we aan bij onze tweede overnachtingsplaats. Het was nog meer basic dan de eerste. Ook hier kwamen ze tal van attributen te koop aanbieden. Iedereen had zo zijn specialiteit, de ene was gespecialiseerd in juwelen, de andere in speren en bijlen, nog andere verkochten koteka’s en enverenmutsen...Het leek op een kleine markt. Hier zag je dat het toerisme al meer gekend is dan bij de Korowai. Bij het nemen van foto’s vroegen ze hier om geld. Gelukkig waren we hiervan op de hoogte voor vertrek en was dit ingecalculeerd in de reissom, waardoor Wendius dit afhandelde voor ons.
In de late middag gingen we enkele lokale huisjes gaan bezoeken. Al puffend moesten we steile smalle paadjes trotseren, dit in tegenstelling tot de naakte gespierde Dani man die blootvoets met een boomstam op zijn schouder naar boven liep. Het moet blijkbaar een komisch gezicht geweest zijn, want de vrouw met baby op de rug die achter ons wandelde lachte continu met ons. Volledig uitgeput kwamen we boven bij de compounds en moesten we eerst toestemming krijgen om hun woningen te betreden. Dani huizen worden gekenmerkt doordat de mannenhuizen rond zijn. De vrouwenhuizen zijn langwerpig. De kinderen slapen samen met de vrouwen in de vrouwenhuizen. De mannen slapen bij elkaar in één huis. Getrouwde Dani's slapen nooit samen in één huis. Op de huizen is een dik rieten dak. Toen we aankwamen in het dorp kwamen de mannen en vrouwen naar ons toe en schudden ons de hand met de woorden:"wawawawawawawawawawawawa!". Nadat we toestemming hadden om de mannen-en vrouwenhuizen mochten bezichtigen zagen we hoe ze hun aanrdappelen, groenten en vlees “stomen” in een put onder de grond met gloeiende stenen. De Dani stam zijn echte boeren, telen groenten en fruit en bewerken nog steeds hun akkers met stenen bijlen. Na het boeiende bezoek in diverse huisjes wandelden we terug naar onze overnachtingsplaats. De vermoeidheid eiste zijn tol, en van elk moment dat we konden probeerden we wat te rusten. Tot op heden hadden we weinig dagen gehad om opnieuw even op krachten te komen. Na het avondmaal bij kaarslicht en het licht van onze hoofdlamp begaven we ons naar ons slaapvertrek. De volgende dag vertrokken we met verzuurde spieren aan de laatste dag. Volgens Wendius was het vandaag een kortere wandeling, maar zoals eerder ervaren is hun inschatting in tijd niet hun sterkste kans. Het werd een wandeling van het verste punt van de trekking terug naar de vertrekplaats. Gelukkig kregen we een helpende hand van de dragers om zonder veel te vallen de steile dalingen heelhuids beneden te komen. We wandelden doelloos langs smalle paadjes die zigzaggend naar beneden liepen. We zagen aan de andere kant van de rivier onze eerste overnachtingsplaats. We moesten nog volledig dalen tot aan de rivier waar een lange hangbrug onze laatste oversteekpunt was. Vandaar was het bekend terrein en moesten we terugwandelen naar de plaats warar de jeep ons heeft afgezet. Eigenlijk kan je de trekking in enkele stappen samenvatten :
- Vertrekken en bergkam trotseren om nadien weer halverwege te dalen waar de eerste overnachtsingplaats is
- De tweede dag daal je af tot aan de rivier waar je de rivier oversteekt, opnieuw stijgen tot je enkele bergkammen hebt overwonnen om nadien te slapen op het verste punt van de trekking.
- De derde dag is de terugtocht langs de andere kant van de rivier.
Uitgeput maar volgedaan en vele foto’s rijker komen we aan bij de jeeps. Achterin zaten de 6 dragers, wij zaten met ons 3 op een bank en Wendius zat voorin naast de chauffeur. Op de terugweg werden we getrakteerd op gezangen door de dragers. In meerdere stemmen zongen ze een bedankingsliedjes en andere liederen. Het waren liedjes over de dragers die terug gaan naar hun vrouwen en geld hebben verdient en zo weer iets kunnen kopen voor hun huishouden. We kwamen in een soort trance door de hemelse gezangen. Het zijn net zo’n dingen die alles hier zo uniek en onvergetelijk maakt.
’s Avonds liepen we wat rond op straat en zagen we dat ze heerlijke martabak aan het bereiden waren. We bestelden een heerlijke martabak met chocolade hagelslag en choco. Heerlijk om eens iets anders te eten dan rijst. We likten onze vingers af en gingen vermoeid naar bed, want de volgende dag moesten we om 6u aan de luchthaven zijn voor de eerste vlucht richting Jayapura.
.
trekking naar de Korowai part 2
De volgende dag wandelden we naar het gehucht Asarep. Het klim- en klauterwerk ging opvallend beter, ook het wandelen over boomwortels en de boomstammen deden we vrij elegant. Na 3 dagen begonnen we (eindelijk) te wennen aan de temperatuur en vochtigheid. We kwamen na enkele uren stappen aan in een open plaats in de jungle waar er een 3tal treehousen en paalwoningen stonden. We werden er vriendelijk ontvangen door (wat wij dachten) oude vrouw met een big smile en de typische piercings door de neus met een beentje van één of ander dier en een halsketting gemaakt van botjes. Later vernamen we dat ze pas 53 was.

Opvallend waren haar zeer afhangende borsten, ze stond versteld dat het bij "onze dames" niet zo was. Daarom was ze zeer benieuwd en voelde ze zonder veel gène aan de borsten van Lindsey, Ellen en Jill. Haar aanstekelijke lach was hilarisch. Na de kennismaking bevestigen we onze muskietennet op met touwtjes en begon Guy samen met een Korowai krijger wat te tokkelen op wat een gitaar moest voorstellen. We voelden ons volledig in onze nopjes en gingen na de middag opnieuw wat treeuhouses gaan opzoeken. De Korowai waren zeer vriendelijk en gastvrij. Sommige Korowaimensen hadden een hoest die niet zo gezond klonk. Vermoedelijk hebben er hier heel wat last van longproblemen, maar ze zullen het nooit weten. Het leek soms op de dienst pneumologie dat je terecht kwam. Guy had zijn kleine tablet mee, wat ondertussen al veel van pas was gekomen als telefoon, gps, maar ook als musicplayer. Het vrouwtje kwam 's avonds bij ons zitten en kon het maar niet geloven dat er uit zo'n "plat ding" muziek kwam, laat staan dat er beelden opkwamen. Ze was continu op zoek naar waar de personen waren, ook vond ze het fantastisch om foto's te zien, laat staan haarzelf. Ze had haarzelf nog nooit gezien, dat bleek toen we haar een spiegel gaven. Ze zocht de persoon die ze zag in de spiegel..Na deze onvergetelijke momenten gingen we de laatste nacht in de jungle tegemoet. We hoorden het leven in de jungle en vielen met de geluiden in slaap, tot we net voor middernacht gewekt werden door gezang.
We hoorden in de verte wat gezang, wat even ophield en waar een antwoord op kwam uit een andere omgeving. Deze zang dat bestond uit vraag en antwoord kwam steeds dichter en dichter. We bleven geruisloos luisteren en vroegen aan elkaar dat ze de geluiden ook gehoord hadden. Het klonk zeer mooi, maar was anderzijds toch vrij beangstigend, zeker omdat het geluid steeds dichter kwam en je opeens de voetstappen hoorde en de groep mensen stonden te zingen naast waar je ligt te slapen. We zijn niet opgestaan, maar het lek er op dat het zeker een 30 a 40 tal waren. Het gezang nam steeds toe en werd steeds luider. Het hele spektakel duurde ongeveer één uur. De volgende ochtend waren we vrij benieuwd naar afgelopen nacht. Blijkbaar was het een ritueel of ceremonie rond de opening van de ceremoniehal op ons kampterrein of iets rond het seizoen van de sagopalm. Nu, het was alvast zeer indrukwekkend en het zijn zo'n momenten die je reis extra dimensie geven.
De volgende dag moesten we vrij vroeg uit de veren, want Wendius had rond 11u afgesproken met de schipper. De vermoeidheid eistte zijn tol, alsook het gebied werd moeilijker wandelbaar door de hevige regenval van de laatste dagen. Alles was sompig, er werden jonge bomen gekapt zodat we over de smalle boomstammen konden wandelen. Ik zakte tot mijn knie in een stuk moeras enz...na enkele uren stappen waren we eindelijk uit de jungle en stonden we te wachten op onze schipper. Bellen was geen optie, want er is geen bereik. Uren verstreken we aan de oever van de rivier, tot Wendius een schipper van zo'n lokale prauw aansprak. Het is niet meer dan een uitgeholde boomstam met een benzinemotor waar er een lang roer aan vastgesjord is. Enkele dragers met bagage gingen samen met Guy en LIndsey richting Mabul. Diezelfde prauw zal nog enkele keren heen en weer moeten varen, daar onze boot niet geraakt op de afgesproken plaats omwille van laag tij.
De bagaga werd overgeladen naar onze boot en de 8u durend tocht kon beginnen, helaas met uren vertraging. Afgepeigerd zaten we in de boot en na enkele ogenblikken was het al vrij snel zeer stil op de boot. De hele trekking werd opnieuw beleefd en we wisten dat we dit niet meer zullen kunnen evenaren. Enkele uren voor onze aankomst kwam er een helse tropische regenbui op ons af. Op zich niets erg, maar wetende dat het ook donker werd. De schipper manoeuvreerde de boot langs losliggende boomstronken en oriënteerde zich via het minimale licht. HIj wou de verantwoordelijkheid niet nemen om verder te varen en er werd besloten om een extra nacht te kamperen. Op zich niet erg maar wetende dat de volgende dag onze vlucht was. Doorvaren was geen optie en we meerden aan bij een steiger die meters boven ons uitstak. We moesten onze laatste krachten bundelen en werden door de lokale mensen geholpen om de steiger te trotseren. We mochten logeren bij hen. Net bij aankomst werd het onweer echt hels...knetterende bliksemschichten en immense donders, de regen viel massaal uit de regen. Al snel zagen we in dat de schipper de juiste beslissing had genomen. Deze extra nacht was niet voorzien dus....ook geen eten. Famuka en Wendius gingen op zoek naar rijst of vis maar nada...We moesten het doen met energierepen en zoetigheid. Met een lege maag gingen we de nacht tegemoet en konden niet onmiddellijk slapen omwille van het onweer.
Tegen ochtendgloren weer alles inpakken en verder varen naar Logbon, waar de truck ons stond op te wachten. Met onze vuile kledij reden we direct naar de luchthaven. Onze bagage werd ingecheckt en we moesten met onze dagrugzak op een immense weegschaal gaan staan. Nadat alles gewogen is, wachten we op onze vlucht...die zoveel uren later nog niet gearriveerd was. We kregen te horen dat de vlucht gecancelled is. Opnieuw een exta dagje Dekai Hotel en genieten van een heerlijk MAGNUM ijsje, die vermoedelijk al een 10 tal keer ontdooid en opnieuw ingevroren is. De volgende dag opnieuw inchecken en vlogen we met een klein vliegtuigje waar max 15 mensen kunnen plaatsnemen richting Wamena. Toch wel bijzonder als je kan zeggen dat je met de groep de helft van het vliegtuig bezet (wij met 5, Wendius en Famuka).
Eind goed, al goed....Aangekomen in de bewoonbare wereld van Wamena..Zo zie je maar hoe snel je je normen verlegd..Wat eerst armoedig was, is nu een luxe paradijs voor ons..
trekking naar de Korowai
Daar er heel wat bagage verloren is gegaan, vermoedelijk opgeladen op verkeerd vliegtuig, moest Wendius en Famuka nog wat inkopen doen. We besloten om ook nog een stevige plastiek poncho te kopen, wat later geen overbodige luxe bleek te zijn. Nadat alles ingepakt was vertrokken we de volgende ochtend bij ochtendgloren naar de haven. Na een kort ontbijt aan de haven werd onze boot klaar gemaakt. De komende 8 uur zullen we moeten doorbrengen op deze boot.

We voeren op de kronkelende rivier en passeerden zeer bouwvallige houten constructies. De locals keken naar ons en begonnen zeer overtuigend te zwaaien. We maakten korte (sanitaire en eet)stops waardoor we even onze benen konden strekken, want de boot is weinig comfortabel..Na een nieuwe kennismaking met de tropische regenbui kwamen we 8 uur later toe in het dorpje Mabul, gelegen in een vertakking van de rivier. Een groepjes lokale mensen stonden er naakt naar ons te kijken met argusogen en keken ons argwanend aan. Na de ietwat onwennige kennismaking was het ijs gebroken en hielpen ze ons met al het gerief uit de boot te nemen. Vanaf hier kan je niets meer doen met de Engelse taal. Toerisme is hier geen dagelijks fenomeen zo te zien.
We liepen naar onze eerste overnachtingsplaats wat een houten paalwoning bleek te zijn, met een vloer bedekt door palmbladeren. De binnententen van de meegebrachte iglotenten werden opgesteld, want het wordt hier snel en zeer donker.

(overnachtingsplaats in Mabul)
Na deze kleine inspanning stonden we volop in het zweet omwille van de hoge vochtigheidsgraad en gingen Guy en ikzelf met Wendius een lekker verfrissende douche nemen in de lokale rivier. In de vooravond werden we getrakteerd op een heerlijke maaltijd en onderhandelde Wendius met het dorpshoofd ivm de dragers voor de komende dagen. We gingen vrij snel slapen, want de volgende dag begint het fameuse werk. 's Nachts werden we getrakteerd op heerlijke geluiden uit de jungle.
Na een stevig ontbijt begon dan de eigenlijke trekking. We hadden een 7tal dragers mee die alles zullen meesleuren de komende dagen. We hadden 2 rugzakken mee voor ons 5 (inclusief muskietennet,...), verder werd al het keukengerief en boodschappen meegesleurd waaronder 72 flessen water van 1,5l, wat later geen overbodige luxe bleek te zijn. We werden uitgesalueerd door de bewoners van Mabul en gingen richting dichtbegroeide jungle. Al na enkele minuten stappen moesten we onze eerste omgevallen boomstam trotseren. We wandelden de eerste dag 7u door de dichtbegroeide jungle. Paden werden vrijgemaakt met een machete, we kregen van Wendius een zelfgemaakte stok om steun te hebben bj het wandelen. Ik heb al heel wat trekkings gedaan in de jungle, maar de trekking van de komende dagen komt toch bovenaan het lijstje betreffende inspanning en zwaarte. De stijgende temperatuur en vochtigheid zorgde ervoor dat we onze kledij konden uitwringen. Meermaals moesten ze rivieren oversteken door over omgevallen boomstammen te wandelen. Zonder hulp van de dragers zou er sowieso iemand in het water gevallen zijn. Ik kreeg tijdens de 4 daagse meer en meer respect voor de dragers die het hele traject blootvoets afleggen en op een tempo dat niet normaal is. Zelfs de moeder met op haar buik een kind in haar draagdoek, droeg een zware last met een draagnet. Zo'n draagnet wordt gedragen op de rug, de lus van het draagnet wordt op het voorhoofd gelegd, en zo wandelen ze uren...
Ik kan hier nog zeer uitgebreid vertellen over de inspanningen die we hebben geleverd, de moerassen die we trotseerden en de uitputtende klim en klauterwerk om over hindernissen te geraken, maar dat zou saai voor jullie worden. Na vele uren wandelen werden we beloond met het zien van onze eerste treehouse van de Korowai in een boomtop op een hoogte van ongeveer 40m hoog. Onze monden vielen open van verbazing en even waren we zo verbouwereerd dat we al onze inspanningen vergaten. Na de nodige foto's kwamen we een 30' minuten later toe in onze eerste overnachtingsplaats.

Hier heeft de tijd echt stilgestaan. Mensen lopen naakt rond(en niet voor de toeristen), ze weten gewoon niet beter. Een school, kerk, GSM kennen ze niet. Na een ietwat schichtige kennismaking begonnen ze ons voorzichtig aan te raken om te kijken dat we niet geschminkt waren. Deze kennismaking zal ik nooit vergeten, dit zijn momenten die ik enkel kende van reportages op National Geographic of Discovery over uitgestorven stammen, maar nu ben je zelf de persoon die er staat. De reis krijg voor mij eerder de betekenis van expeditie. We vielen van de ene verbazing in de andere, het leek echt een droom. Hier is toerisme(gelukkig) nog niet doorgebroken, en hopelijk zal dit nog lang zo blijven. Zelfs onze gids Wendius kon niet communiceren met hen, en vroeg aan een drager om te tolken. het enige wat we verstonden was "manop" wat 1001 betekenissen heeft..Na wat rondvraag mochten we eens zo'n treehouse bewonderen die zich ongeveer een 10 m boven de grond bevond. na het beklimmen van de gammele ladder die bestaat uit een boomstam waarin treden zijn gekapt kwamen we toe bij "onze buren" voor vannacht. Als dank voor de rondleiding kocht Wendius wat vis en pijl en bogen (waarmee de Korowai 's nachts op jacht gaat). Als dank mochten we samen met hen tabak roken, wat je natuurlijk niet kan weigeren. We weten niet wat we gerookt hebben, maar het was straffe toebak en gelukkig hebben we er geen diarree aan over gehouden.


Terwijl Famuka onze avondmaal aan klaarmaken was, werden we getrakteerd op gabakken sagowormen die verpakt waren in bladeren. Gelukkig was het avondmaal meer smaakvol. Na nog wat na te praten over alles wat we die dag meegemaakt hebben gingen we moe maar voldaan slapen. Daar slaap je dan in "the middle of nowhere" en wetende dat de Korowai tot de jaren 70 zich niet bewust van het bestaan van andere volken naast hun eigen groep en enkele volken in de directe omgeving. Blijkbaar is de Korowai nog één van de weinige etnische groepen die tot de dag van vandag nog kannibalisme praktiseren. Dan kunnen jullie waarschijnlijk wel verstaan dat je met één oog open slaapt...

Zeer fier toonden ze hun speren, zelfgemaakte kralenkettingen, enz.. en eigenlijk waren ze van plan om deze fraaie stukken te ruilen voor enkele pakjes sigaretten, want geld kennen ze niet. Na het stevig ontbijt werden we hier zeer talrijk uitgewuifd en vertrokken we naar het volgende gehucht. Nu je moet weten dat het organisatorisch vermogen en tijdinschatting bij Papuanen nog grote werkpunten zijn. Volgens Wendius moest er die dag 4 uur gewandeld worden. Vol goede moed trotseerden we weer de dichtbegroeide jungle, staken enkele rivieren over en na 2u doorstappen waren we al aan onze volgende overnachtingsplaats. Samen met Guy, een drager en 2 lokale schoonheden maakten we nog een extra wandeling om enkele schitterende treehouses te bewonderen. Eigenlijk wel heel biezonder, dat je ze niet opmerkt en opeens kom je oog in oog met een torenhoge treehouse. We klommen wat op de ladder omhoog, maar kregen te horen dat we niet te hoog mochten klimmen wegend niet stevig genoeg. We waren blij als we weer met 2 voeten op de grond stonden...
's Middags werd er samen met de dragers een natuurlijke shelter gemaakt, bestaande uit immense takken en bladeren, dit wordt onze eetplaats voor de komende maaltijden. Onze lege momenten vulden we vooral met kaarten.
Dekai...startplaats trekking Korowai
Met de nodige vertraging vertrekken we opnieuw in een halfvol vliegtuig uit de vallei, richting Dekai. We stellen ons toch wel steeds vragen met het begrip "full booked". Misschien heeft het te maken daar de luchthaven in een vallei ligt, en anders onvoldoende kan optrekken om over de bergen te vliegen..We zullen het nooit weten. Na 20' komen we aan in het godverlaten Dekai. Tegen alle verwachtingen stond er een luxe vertrekhal, de aankomsthal daarentegen is niet meer dan een leeg lokaal. We kregen de opdracht van Wendius om onze terugvluchten al te boeken. Terwijl Famuka ging kijken voor transport gingen Guy en ikzelf naar het loket van Trigana Air..helaas gesloten en we moesten de dag nadien tussen 8 - 10 terugkomen. De afspraak was dat we zouden overnachten aan de lokale haven waar de boottocht zou vertrekken richting jungle. Dat was de planning, maar het zou Papua niet zijn...Lindsey en ikzelf kropen achterin in de pick up met de bagage, Guy die kroop voorin bij de chauffeur en Famuka. Het eerste deel van de weg was mooi geasfalteerd, maar eens buite het centrum begon het een ruwe hobbelige weg te worden. We zagen af en toe auto's met lekke banden en ervaarden snel hoe ze eraan kwamen..Tijdens de rit werden we getrakteerd op een typisch tropische regenbui. In geen tijd waren we zeiknat en besloten we voorin bij de overige 3 te zitten. We zaten als sardienen in een blik met onze neus tegen het raam geduwd. We kwamen aan in een zeer arme buurt met bouwvallige houten constructies die huizen moesten voorstellen. Na wat overleg bleek dat we hier niet konden overnachten en moesten we terugrijden naar Dekai. De afstand is 17 km, waar we welgeteld 1uur over doen..Dit zegt veel over de toestand van de weg. Volledig geshaked kwamen we toe in Dekai Hotel. Toch wel originele naam voor het enige hotel in Dekai..We deelden de kamer met ons 3 en verfristen ons even in de mandi vooraleer we het dorpje wat gingen verkennen. Dekai bestaat uit enkel kleine straatjes en een markt en is de uitvalsbasis voor trekkings en de enige stopplaats voor de haven die hier een zeer belangrijke rol speelt daar et geen wegen zijn naar de "nabijgelegen" dorpen en steden. We kochten wat bakbananen op straat en hadden heel wat bekijks door de lokale bevoking. Zij waren voor ons zeer feascinerend en visaversa. De volgende dag vetrokken we te voet naar de luchthaven via een ommeweg en zagen aan de kerk een rode loper liggen met een groepje mensen waarvan vermoedelijk één of andere belangrijke figuur met een immense verenhoed op en in maatpak.. De zeer nieuwsgierige kindjes liepen naar ons en hielden onze handen vast en liepen met ons mee. Eens aangekomen was de bureau van Trigana Air natuurlijk al gesloten...We besloten te wachten op Ellen, Jill en Wendius die over enkele ogenblikken zullen landen. Minuten werden uren..tot we opeens vernamen dat de vlucht gecancelled was. We wisten niet goed waarom, maar kwamen daar vrij snel achter. We zagen een immense groep "wilde" Papuas van de landingsbaan komen met pijl en boog, bijlen en speren. De bevolking was er niet echt gerust in en trok zich overal terug. Later vernamen we dat er op het vliegtuig een belangrijke Indonesische figuur zat, waarvoor de rode loper lag aan de kerk. Vele Papuanen strijden tot de dag van vandaag nog steeds voor onafhankelijkheid. Ze aanvaarden het niet dat ze nog steeds onder Indonesisch bewind vallen. Hier en daar zie je in heel West Papua nog af en toe strijdvaardige Papuas die opkomen voor onafhankelijkheid al dan niet met geweld. De Papuas in Dekai hadden plannen om die persoon aan te vallen, vandaar dat de vlucht gecancelled was. Eigelijk is he te vergelijken met de autonomie van Tibet en China.
Steeds meer en meer Indonesische boeren van de overbevolkte eilanden Java en Sumatra komen over naar Papua en nemen alles over. Scholen, winkeltjes, hotel enz..worden allemaal overgenomen, waardoor Papuas steeds uit de boot vallen en niets kunnen opbouwen. Het hijsen van "De Morgenster" (de vlag van West Papua) wordt nog steeds als misdrijf met jarenlange gevangenisstraf als gevolg.
De volgende dag opnieuw hopen dat ze arriveren en eindelijk onze tickets kunnen boeken. Daar sta je dan, in een eivol loket waar massaal sterkgeurende sigaretten worden gerookt, met een mix van onwelruikende(eufimisme) Papuas te drummen voor tickets. Ik wacht beleefd mijn toer af, maar daar is blijkbaar is sprake van..Even de kat uit de boom kijken. Ik leg zoals iedereen een papiertje met onze namen er op voor de neus van de bediende en hoop dat hij snel het papiertje neemt. Minuten verstreken terwijl ik misselijk werd van de geur, tot ik opeens aan de beurt was en onze tickets had, wat geen minuut te vroeg was. En raar maar waar landde enkele ogenblikken op tijd de vlucht met de overige 3. We waren weer verenigd...
wachten...de rode draad door onze reis..
We begaven ons naar het kantoor van Trigana Air (die de enige maatschappij is die vliegt op Wamena) en vroegen om tickets. We kregen het antwoord dat er geen tickets meer waren voor DEZE WEEK

Dan naar de luchthaven geweest, waar we hetzelfde antwoord kregen, maybe tomorrow zeiden ze. De volgende ochtend stonden we met pak en zak tussen de grote groep Papuanen die ook stonden te wachten op de vlucht zonder tickets. Vele loketten van diverse vliegtuigmaatschappijen waar veel volk in zat maar weinig gewerkt werd..Wachten was de boodschap. We begaven ons naar de vertrekhal, schreven onze namen op een papiertje met paspoortnummers en gaven dit af aan het loket en vroegen dat ze echt niets konden doen. Na vele telefoontjes en uren later kwam er opeens schot in de zaak en werd er besloten om een extra vlucht in te schakelen. Eind goed, al goed, vele uren later zaten we in een HALFVOLLE vlucht richting Wamena..
Aangekomen in Wamena, wordt de bagage op een houten kar gelegd en door pure mankracht naar de luchthaven gebracht. Stel niet veel voor van de luchthaven, het is niet meer dan houten constructie met golfplaten en kippegaas met het hilarisch opschrift "CHICKIECOUNTER" waarmee ze vermoedelijk "check in counter" bedoelen.

De luchthaven is the place to be, de helft van Wamena staat er op wacht tot er een cliegtuig land, waar hopelijk toeristen op zitten waar ze iets aan kunnen verdienen. Je wordt door iederen aangeklamd, iedereen wil,je rugzak dragen, maakt een opening in de massa om je bagage op te halen. Ze zetten echt hun beste beentje voor, de ene had al wat weer alcohol binnen dan de andere.. Net zoasl velen was Wendius ook één van hen. Hij sprak ons aan maar was minder aanklampend. Hij leidde ons rond in Wamena en ging samen met ons op zoek naar slaapplaats. We zagen onze eerst naakte Papua met peniskoker die ergens aan een ingang van een hotel stond als trekpleister om handjes te schudden. Wamena is niet meer dan een drukke hoofdstraat met enkele zijstraten met tal van typische winkeltjes die een zeer uitgebreid gamma verkopen van gsm's tot plastieken waskommetjes. Er speelt zeer foute Aziatische popmuziek door de immense speakers. De mensen lopen er grotendeels blootvoets met gescheurde kledij, eigenlijk te vergelijken met de zwervers bij ons. Samen met Lindsey, Ellen en Jill bleven we bij de bagage, terwjl Wendius en Guy gingen kijken voor een overnachtingsplaats. We vonden een zeer leuke plaats in een drukke zijstraat van de hoofdweg. We onderhandelden over de prijs en konden een mooie deal maken. Terwijl had Wendius al een voorstel gedaan om onze gids te worden indien interesse. We deden wat opzoekwerk en vonden wel positieve reacties over hem. Blijkbaar werkt hij soms voor "Trek Papua". Je moet weten dat de meeste toeristen immense hoge bedragen neerleggen om een georganiseerde tour te doen door Papua, iets wat niet voor ons budget was. Ons doel was om zo budget mogelijk te reizen door Papua, wat niet zo evident is. Je moet weten dat er in heel Wamena geen tourist information is, laat staan reisagentschappen die trekkings organiseren. Je bent 100% afgestemd op de goodwill van de Papuas. Zo reizen zonder planing houdt natuurlijk risico's in. 's Avonds zaten we rond tafel met Wendius en praten we over een trekking naar de Korowai. na heel wat discussies kwamen we overeen voor een 6 daagse trekking naar de Korowai. Er werd een "contract" opgemaakt op een verfrommeld papiertje. De volgende dag stelde hij zijn kok Famuka voor, die ook meegaat op de trekking. We besloten om wat boodschappen te doen terwijl Wendius ging kijken voor 7 tickets richting Dekai (ons 5 + Wendius en Famuka). De avond voor vertrek kwam hij met goed en slecht nieuws. Er waren geen tickets, enkel nog op de zwarte markt met een meerprijs, we besloten om dan maar dit handeltje te sponseren. Later kwam hij met het goede nieuws, hij had tickets kunnen bemachtigen, het slechte nieuws...slechts 4 stuks. Hij beloofde de volgende dag zeker aan tickets te geraken. Na overleg besloten we dat Guy, LIndsey, Famuka en ikzelf gingen vertrekken en dat Wendius de volgende dag ging komen met Ellen en Jill
en weg zijn we naar het ongerepte Papua en Papua Nieuw Guinea
Eerder dit jaar was ik op zoek naar medereisgenoten om te reizen naar het ongerepte Papua. Iets wat voor mij altijd een ontoereikende bestemming leek, werd realiteit. Het voorbereiden van de reis was al een avontuur op zich, je vind bijna nergens informatie over mensen die die regio individueel bereizen. Samen met Lindsey, Guy, Jill en Ellen kwamen we enkele keren samen om te brainstormen wat we verwachten van de reis. Bleek dat een trekking naar de Korowai toch wel een unanieme wens was. Verder ook een trekking door de Baliem Vallei. Helaas hadden Jill en Ellen maar 3 weken verlof en gingen ze eerder terugvliegen naar België. Guy, Lindsey en ikzelf hadden 6 weken en besloten om ook in (wat later zal blijken) nog moeilijker te bereizen Papua Nieuw Guinea rond te trekken.
Half september is het dan zover, met een tussenstop in Abu Dhabi vlogen we richting Jakarta. Guy, LIndsey en ikzelf kwamen één dag eerder aan in Jakarta. We overnachten in Six Degrees, en gingen de volgende avond Jill en Ellen opwachten aan de luchthaven, om diezelfde avond door te vliegen naar Jayapura.
's morgens vroeg arriveerden we op Papuaanse bodem, wat toch een vrij moderne luchthaven bleek te zijn. Al snel werden we geconfronteerd met de immense vochtigheid en warmte en met ....beetlenut, afkomstig van de betelpalm. Voor mensen die al in Zuid Oost Azië gereisd hebben, is dit niets nieuws. Het is een soort noot waarop de lokale mensen kauwen, waar op zich niets mis mee is, waardoor ze een rood gebit krijgen. Het zou geliefd zijn omwille van hun opwekkende werking. Als de locals dan lachen is het net alsof ze net in elkaar geramd zijn en heel hun mond bloed..Maar dit ter zijde..Het degoutante ervan is dat ze na het kauwen het zonder veel gène zomaar op de grond spugen. Weet dat er zo'n honderden rond je staan die dan met een rochelende geluid overal rond je op de grond spugen. Er staat niet voor niets een bord in de luchthaven van Sentani dat het verboden is om daar beetlenut te kauwen.
Op zoek gaan naar een overnachtingsplaats in Sentani was de volgende opdracht. W wandelden van het ene hotel naar het andere en kregen ofwel geen antwoord als we vroegen dat er plaats was, of kregen te horen dat het full booked was, wat voor ons toch zeer bizar leek, daar er niets te beleven viel en nergens een toerist te bespeuren viel. Na een lange zoektocht vonden we een overnachtingsplaats, basic met hier en daar wat ongedierte, maar we hadden een bed. later bleek dat de meeste receptionistes "Full booked" zeiden omdat dit het enige woord Engels was wat ze spraken, en om geen verder dialoog te moeten aangaan. Nadat we geïnstalleerd waren in het hotel gingen we onze surat jalan regelen. Deze heb je nodig om rond te reizen in Papua. Daar de lokale busjes niet naar Jayapura rijden, spraken we iemand op straat aan, en kwamen een prijs overeen om ons naar Jayapura te brengen. Op zich is de rit naar Jayapura al een hele belevenis. Over chaos en onverantwoord rijgedrag gesproken...
Wat je moet weten om een surat jalan te regelen :
- ga niet naar het politiekantoor in Sentani, zoals in de Lonely Planet staat, maar ga naar de Polda Papua in Jayapura
- surat jalan is gratis en is in 30' geregeld
- neem paspoortfoto's mee en geef zoveel mogelijk regio's aan die je wil bereizen. Beter teveel dan te weinig. We gaven zoveel namen op dat de politie ons vermoedelijk zot verklaarde, daar de permit maar 1 mand geldig is.
- We hebben onze surat jalan moeten afstempelen in Wamena, Dekai(trekking Korowai), Baliem Vallei, Biak. Verder hadden we ook Asarep, Merauke, Manokwari opgegeven, daar we geen weet hadden waar we zouden uitkomen.
- Neem voldoende kopies van je surat jalan. In elke regio moet je de originele laten afstempelen en een kopie achter laten.
Daar we geen info vonden over hoe lang het duurt om dit te regelen hadden we ook nog geen ticket geboekt naar Wamena.
Kota Kinabalu
Sungai Kinabatangan
En nu...de echte jungle. Ih had telefonisch geboekt bij Nature Lodge KInabatangan in Bilit. Naast Bilit heb je nog Sakau, wat ook een dorpje is gelegen aan de KInabatangan rivier. IK koos voor Bilit daar het minder toeristisch was. IK werd opgehaald aan het Sepilok Centre en na 2u rijden moesten we ons registreren om te reizen in het KInabatangan district. De weg werd steeds slechter en eindigde wat eigenlijk niet zo goed was voor ons busje. We werden er super vriendelijk onthaald en kregen een glas limonade aangeboden. Verder kregen we onze slaapplaatsen toegewezen en kregen we een briefing wat we de komende dagen mogen verwachten. Er zitten tal van boatcruises bij om naar wildlife te spotten (daarom ben ik ook hier). De eerste was een uur na onze aankomst. We waren met z'n 5 en kregen een boot en eigen gids. Wat we hoopten te zien was Oerang Oetangs (wild) en de dwerg olifanten. We voeren steeds stroomafwaarts en zagen vrij snel de makaakapen en proboscis (neusapen) die van boomtop naar boomtop sprongen. Verder zagen we diverse soorten neushoornvogels en vele andere vogelsoorten. Normaal gezien was er die avond een nightwalk maar het tropische onweer gepaard gaande met een immens lichtspektakel en gedonder (waar zelfs de elektriciteit even van uit viel) besloot er anders over.
De volgende morgen was er een early boatcruise om 6u, dus vroeg uit de veren was de boodschap. Tja, een mens moet er iets voor over hebben om wild te zien he. Het was nog vrij koud met de nevel die over de jungle en het water hing. Ook dit zijn onvergetelijke beelden hier in deze omgeving. Deze keer zagen we buiten de diverse aapsoorten, een krokodil met het hoofd van een wild varken in zijn krachtige mond. De rest zit vermoedelijk al in zijn maag, en ja we zagen onze eerste wilde Oerang Oetang. Is toch totaal anders dan ze te zien in een of ander Rehabilitation Centre. Het kan zijn dat ik enkele dieren vergeten ben, maar dit waren de eerste die in me op kwamen tijdens het schrijven van de blog. Na een stevig ontbijt stond er een stevige jungle trk op het programma voor 3u. We moesten laarzen aandoen, en al snel werd duidelijk waarom. Het was er sowieso al drassig en met die hevige regenval van gisterenavond werd het er niet beter op. Het was een diepe modderpoel die de wandeling nog intenser maakte. Weinig wildlife maar wel kledij die zeiknat zijn van het zweet en ondanks de laarzen van boven tot onder onder de modder zat. Een douche was meer dan welkom. Na de middag konden we wat rusten, want om 16u stond de volgende bootcruis op het programma. Opeens ging de gong, zo lieten ze weten dat we ons klaar moesten maken en ons begeven naar de boten. Het leek soms op 'het leven op school' : voor elke maaltijd/bootcruise/wandeling ging de gong

De volgende bootcruise was een echte voltreffer. We zagen opnieuw Oerang Oetangs, aapsoorten, neushoornvogels en ja ....de dwergolifanten. Ons wachten werd beloond.. We zagen eerst een kleine uit het water kruipen die veel kracht nodig had om door het modder te kruipen om zich dan in het hoge gras een weg te banen. We zagen hem zoveel moeite doen en kracht uitoefenen om door die modder heen te gaan, waar hij steeds dieper in wegzakte.. Een mens zou willen helpen, maar dat niet veel baten bij een olifant (zelfs niet bij de kleine). Opnieuw waren we zeer tevreden. We stonden allen verbaasd hoe die gidsen die dieren spotten, zelfs met onze neus er voor moeten we nog 3 keer vragen waar het zit, en hij ziet ze zitten terwijl hij met een snelheid van 30 km/u voorbij vaart...
De volgende avond was er een kleine regenbui die gelukkig gedaan was voor de nightwalk. Op zich stelde die niet zoveel voor, wel enkele mooie foto's gemaakt van de kleurrijke kingfisher. Net terug op onze campsite begonnen de weergoden weer van hen te laten horen...En met een fikse regenbui op de achtergrond vielen we moe en voldaan in slaap om de volgende ochtend weer om 6u op appel te staan.
Op de 2e early boatcruise zagen we opnieuw Oerang Oetangs, dwergolifanten, neushoornvogels, silvered leaf monkeys, probosicis monkey, makaak, en de monitor lizard die lag te slapen. Rond 8u30 namen we met spijt in hart afscheid van deze plaats, wat toch een van de hoogtepunten was van de reis. Rond 10u de bus naar KOta Kinabalu. Het is een 5u durende reis, die toch wel mooi was. Passeren voorbij kleine lokale dorpjes, de groene jungle afwisselend met de plantage van palmbomen....Zo, stilaan komt er een eind aan een van mijn mooiste reizen...