Vancouver - Campbell River
Hier zijn we dan met een eerste update uit Canada. Na een strenge controle in Schiphol, waar we langs alle kanten gescreend werden vlogen we richting Canada. Deze keer niet naar het Oosten, maar via Groenland naar Canada, met als gevolg de gekende jetlag bij aankomst. Na een korte tussenstop in Calgary, kwamen we na ong 9u vliegen aan in Vancouver. Wat ons opviel was de kraaknette luchthaven en de zeer behulpzame mensen. Na 45' aanschuiven voor de douane, namen we de taxi naar ons hotel Century Plaza hotel in hartje Vancouver op wandelafstand van Stanleypark. Tijdens de tussenstop in Calgary had ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om onze pick up service te regelen naar ons verhuurbedrijf Cruise Canada. Op onze eerste dag passeerden we even bij het toerisme bureau waar een ruim gamma aan brochures lag voor heel British Columbia, we kregen tal van info en vertrokken onder stralende zon richting Stanley Park. We wandelden langs een soort dijk die loopt langs de jachthaven, en een luchthaven voor watervliegtuigen, waar we enkele zagen opstijgen en landen, en dat allemaal aan de rand van een grootstad. Eens we in het park waren bezochten we een klein paadje waar tal van immense een kleurrijke totempalen stonden. We wandelden heel het park rond, wat ongeveer een 9 km is, gingen 's avonds iets eten en probeerden onze jetlag wat te verwerken, want morgen moest ik goed wakker zijn voor de uitleg van de camper.
Mits de nodige vertraging kwam de taxi ons ophalen en bracht ons naar camperverhuur Cruisecanadain de wijk Delta, een buitenwijk van Vancouver...de zenuwen begonnen toch wel wat toe te nemen, want met een automatic rijden op zich is al nieuw, laat staan met een camper van 20 feet, spiegelbreedte 3m, en hoogte 2, 75m, het is toch iets anders dan mijn Peugeot'ke 207.. Op zich had ik al veel op voorhand gelezen over de camper en de gebruikshandleiding voor lpg, watertank, elektriciteit enz...ik had gehoopt op nog een deskundige uitleg, maar in 15 minuten was de uitleg geklonken, voila de sleutels en veel succes. Ik moet zeggen dat het al bij vrij snel vlot verliep. Het enige wat wennen is dat de verkeerlichten aan de overkant van de straat staan en ontdanks het rood is, wel nog mag afslaan. Mijn eerste maneuver werd het oprijden van de ferry, want dezelfde dag namen we de ferry van Tsawwassen naar Duke point. We waren redelijk op tijd en stonden als eerste in de rij, dus niemand voor je naar wie je kon kijken naar waar je moest rijden. Gelukkig net voor het oprijden kwam er iemand langs om te melden waar we de ferry moesten oprijden. Op zich hield het weinig in, alleen de afstand inschatten van de breedte was niet evident. Maar zonder brokken kunnen parkeren. Na een overtocht van 2u kwamen we aan in Nanaimo en reden we door naar Campbell River, waar we de volgende dag een whalewatching tour hadden geboekt bij CampbellRiverwhalewatching. Voor ik schrijf over ons avontuur kan ik deze organisatie meer dan aanprijzen. We hadden gekozen voor de 8u durende whalewatching tour. We moesten een soort thermisch droogpak aandoen, we leken wel astronauten. Met een RIBboot met vele pk's voeren we de haven uit op zoek naar walvissen en orka's. Het is niet zo'n organisatie die steeds dezelfde tour doet, ze gaan echt op zoek naar de orka's en walvissen. Langs een labyrinth van eilanden voeren we over het spiegelgladde water, opeens werden we getrakteerd op een groep van mer dan 50 dolfijnen die naast onze boot kwamen springen en tuimelen en tal van capriolen deden. Via een communicatiesysteem tussen diverse boten en wetenschappelijke centrums kreeg onze schipper te horen waar er walvissen en orka's zaten. Op de doortocht kwamen we wel een 10tal bultrugwalvissen tegen, waarvan er 2 uit het water sprongen en zich nadien opnieuw lieten ploffen in het sop. Nog nooit had onze schipper zo ver moeten varen om orka's te zien, maar de tocht was meer dan de moeite. Opeens zaten we metonze boot tussen een 2tal groepen orka's. De mannentjes met de immense rugvin samen met enkele kalfjes. Terwijl was het lunchtijd, en wie kan zeggen dat hij/zij heeft geluncht met aan de ene kant springende walvissen en aan de andere kant groepen orka's. Een onvergetelijk moment. We hebben in totaal 320 km afgelegd (tot voorbij Port Hardy) om orka's te spotten maar het was meer dan de moeite waard, en dat allemaal onder een stralende zon. Op de terugweg zagen we nog een andere soort orka's (transits), leven in kleinere groepen en eten oog zoogdieren zoals zeehonden enz...De batterij van de camera opladen want de volgende dag was het grizzlytoer.
Ook hadden we deze excursie geboekt bij Rivercampbellwhalewatching. Nu was het eerst 2u varen richting Bute Inlet, en kregen wat uitleg over de do's en de dont's bij de beren. Om het massatoerisme tegen te gaan worden maar 2 groepen toegelaten in de voormiddag, en 2 in de namiddag. Tijdens onze 3u hebben we een 20 tal grizzly's gespot met jongen. Iedereen was muisstil, alleen de zooms van de camera's en het klikken bij het nemen van de foto's was het enigste wat je hoorde. Je zag de moeders vissen achter zalm om hun jongen te kunnen voederen. De ene sloeg er beter in dan de andere. Je zag ook de immense zalmen tegen de stroom inzwemmem waardoor ze vermoeid raakten en een gemakkelijke prooi wetden voor de beren. Door die immense stilte hoorde je ze brommen en af en toe wat gekraak tijdens verslinden van de vis. Ondanks ze op een redelijke afstand van ons zaten waren ze zeer immens en zag je de groote van hun klauwen. Er was in onze groep een reporter mee van CTV die een reportage maakte voor TV, wat de dag nadien op het nieuws zou komen. Eigenlijk zou je daar uren willen zitten en genieten van de stilte en het observeren van de beren. Lindsey was volledig in haar nopjes...Na de excursie nog even enkele vragen moeten beantwoorden voor de tv, en met de camper richting Victoria. Zo, je leest het weer, we maken hier nu al een zeer indrukwekkende reis mee, en we zijn pas vertrokken. Het is totaal iets anders dan vorig jaar, maar opnieuw zeer indrukwekkend. Groetjes David & Lindsey
And the next destination is ....CANADA
Hallo iedereen,
Terwijl iedereen geniet van de zomervakantie en op reis is in Europa of elders in de wereld, hebben we samen eindelijk een volgende reisbestemming gevonden. Geen peniskokers, benen door de neus of 3/dag nasi deze keer. Dit jaar vliegen we tegen de klok in richting Canada. Na lang twijfelen hebben we besloten een camperte huren, waardoor we nog onze vrijheid hebben, en een rondreis te maken in British Columbia. Enkele hoogtepunten zijn het zien van de beren ten noorden op Vancouver Island, Whalewatching (humpback en killerwhales) in Tofino of Victoria en natuurlijk de vele prachtige nationale parken oaJasper, Yoho, Banff niet te vergeten in de buurt van de Rocky Mountains. Onze uitgestippelde route ligt rond de 3000 km. Zo, we kijken er nu al naar uit...Tot later...
reisverhalen Papua en PNG
Hallo iedereen,
Normaal stonden hier zeer uitgebreide reisverslagen van mijn onvergetelijke reis naar Papua en Papua Nieuw Guinea.....Helaas...opwoensdag 25 juni is het datacentrum waar de ReisMee.nl server staat getroffen door een stroomstoring. Toen deze storing was opgelost bleek het hostingbedrijf (welke onze servers beheert) echter meerdere, grote fouten te hebben gemaakt. Tot onze grote schrik en teleurstelling bleek er door deze fouten dataverlies te zijn opgetreden. Vandaar zijn al mijn verslagen weg, helaas heb ik geen back up gemaakt.
Ik de komende tijd zal ik proberen in het kort onze reis opnieuw in het kort neer te pennen. Helaas zijn er heel wat leuke anekdotes al verdwenen en is het schrijven niet hetzelfde als het moment zelf.
Gelukkig heb ik nog een praktisch en informatief reisverslag van de reis. Wie meer info wil, kan me steeds contacteren(zie profiel)
Greetz David
te gast bij Crazy "Mama" in Wewak - tocht naar Muschu Island (stukje paradijs op aarde)
Het was het eerste guesthouse waar we een borg moesten betalen van 50 kina. De kamers waren rampzalig, en waren nog soberder dan in een slotklooster. Het totale meubilair had nog geen waarde van 50 kina. Elk op beurt namen we een verfrissende douche in een geroeste douche, en gingen nadien een maaltijd bereiden in de keuken. Hier werd al héél duidelijk dat de hygienische maatregelen zeer minimaal waren. We praten we nog even na over afgelopen dag. De eerste nacht verliep vrij vlekkeloos.
De volgende dag maakten we kennis met “Mama” de eigenlijke bazin die met een ijzeren vuist vanuit haar kamertje het guesthouse runt. Ze is van Oost Europese afkomst en is obsessief bezig met het geloof. Overal vind je citaten uit de Bijbel geschilderd, staat er “holy water” van Lourdes in de koelkast. Eigenlijk is ze een figuur op zich, een oude dame met baseballpet op haar grijze haren en die de ene sigaret na de andere rookt. Verder is ze incontinent wat de nodige stank meebrengt, en ook haar zelfzorg laat de wensen over. Als ze roept op haar personeel is het een schelle stem die weerklinkt in het hele guesthouse en het heeft iets weg van hekserij. Ze riep om Richard die onze bodyguard zal worden om rond te lopen door de straten van Wewak. Samen met Richard deden we boodschappen en boekten we enkele vliegtuigtickets, liepen we wat rond in het dorpje en zagen we de mensen die hun souvenirs verkopen. We waren vooral hierheen gekomen voor de Sepik, want Wewak is hiervoor de ideale uitvalsbasis. Alleen is er niets te vinden betreffende toerisme en komt iedereen naar je toe om te zeggen dat ze gids zijn. Natuurlijk ruiken ze geld, want elke niet-Papoea komt hierheen voor de Sepik, wat een hightlight is van PNG en hierdoor ook zeer duur. Al snel hadden we door dat het niet evident ging zijn om hier iets te regelen. In heel Wewak vind je slechts één eenttentje, wat lijkt op een snackbar waar ze junkfood serveren. Na een stevige middagmaal ontmoeten we Richard die een guesthouse runt op Mushu Island en die ook trips organiseert naar de Sepik. Hij leek ons een betrouwbare type en stond ook vermeld in de Lonely Planet. Om even te vluchten van de prijzenoorlog tussen al de locals die zich aanmelden als gids besloten we de volgende dag naar Mushi Island te gaan, een stukje aards paradijs in PNG. We vernamen van hem dat er ook een betere guesthouse was dan waar we nu logeerden. We wandelden richting het luxe Wewak Boutique hotel, waar schuin tegenover “Eden Bloom Transit Inn GH” lag. We besloten om eens de kamers te bekijken en te reserveren voor als we terugkwamen van Mushu Island. In Wewak kan je alleen op internet in het sjieke Boutique hotel, waar we toch wel enkele uren versleten hebben voor de blog up te daten en de coachsurfadressen te contacteren. Met onze vuile kleren melden we ons aan, en werd de gate door de security geopend. We passeerden de keuken waar een heerlijke aroma uitkwam en vroegen dat externe hier ook mochten eten. We besloten om dezelfde avond daar te gaan eten.
Onze laatste nacht in Wewak Backpackers GH was een ramp. Lawaai..er was blijkbaar een feestje geweest, het hele gebouw stonk naar urine, overal lagen blikjes en iedereen was de dag nadien niet te spreken daar ze een kater hadden. We hadden meer en meer het idee dat het GH een rendez-vous plaats was voor de lokale bevolking. Buiten een arts uit Lae logeerde er niemand. We lieten het GH achter ons en vertrokken richting haven waar de dinghys op ons lagen te wachten. Richard besloot om snel voor ons om ijs te gaan. We hoorden van de locals dat een blok ijs 6 kina, kost, Richard betaalde zogezegd 15 kina..wat we toch wel vreemd vonden voor een bekende persoon hier in Wewak. Met de nodige vertraging vertrokken we richting Muschu Island. Eens buiten de baai werd de zee zeer woelig en ging de boot hevig te keer op woelige baren. Een reddingsvest was geen overbodige luxe, alleen in PNG kennen ze die niet. We voeren tegen de dansende hoge golven die op ons inbeukten.Je hoorde en voelde de romp hevig te keer gaan tegen de baren. Nu maar hopen dat de romp niet breekt, want het klonk niet echt goed. We kregen gratis een douche van zoutwater en konden onze ogen niet openen van het vele zout dat in ons gezicht spatte. Niet echt een overtocht voor doetjes..We waren drijfnat tot op ons lichaam en konden onze kledij letterlijk en figuurlijk uitwringen. Lindsey had nog last van zeebenen en viel bij het uitstappen van de boot in het water. Daar stonden we dan, met z’n drie volledig nat met rugzak op het strand waar we verwelkomt werden door de lokale bevolking. Eens we op overnachtingsplaats zagen vergaten we de overtocht en kwamen we terecht in een oase van rust en eens stukje paradijs in PNG.
Onze slaapplaats was gelegen op het strand, geen elektriciteit, wassen deden we in de zee. Het was omgeven door torenhoge wuivende palmbomen en de azuurblauwe zee. Een stukje niemandsland. Hier was het de ideale plaats om tot rust te komen en even op krachten te komen. Een stukje idyllisch strand op onze grote wereldbol. Ik moest eigenlijk wel regelmatig denken aan het programma “Robinson island”, maar dan zonder de ergerlijke camera’s rond je. We keken vanuit onze slaapplaats naar de wuivende palmbomen die schuin boven de zee hingen. We maakten kennis met de kleine Victor, die voor ons verse kokosnoten uit de boom had gehaald. Op het eiland is er één school, waar er verplicht wordt om Engels te praten, vandaar Victor best een woordje Engels sprak.

We vertoeven heel veel in de afkoelende zee en wandelden wat rond op het eiland. ’s Avonds werden we getrakteerd op een maaltijd van makreel met bakbananen bij kaarslicht. Voor we gingen slapen, bewonderden we nog even de prachtige sterren aan de wolkeloze hemel. Met het geruis van de zee op de achtergrond sliepen we snel in. De volgende dag kwamen andere kinderen naar ons toe, en genoten ervan dat we samen met hen speelden. Alleen was het vrij moeilijk om nadien afstand te nemen van hen. Van ’s morgens tot ’s avonds zaten ze bij ons, enkel bij de maaltijden waren we even “kinderloos”. Het meest in de trek bij de kinderen was ons point-it boekje, wat onontbeerlijk is tijdens elke reis. Dus echte rust hadden we niet....Na enkele dagen te rusten en te genieten op het eiland waren onze batterijen weer opgeladen om de drukte van de komende weken te trotseren. We namen afscheid van de kinderen en de eigenaars van het guesthouse. Het was best een leuke ervaring, alleen jammer dat we nooit zijn gaan vissen ondanks we dit diverse keren gevraagd hebben. Verder was het eten ook vrij eentonig...drie dagen hetzelfde eten terwijl de zee vol zit met verse vis. Ik had het idee dat de eigenaars veel geld willen verdienen, maar weinig in de plaats wilden geven.
Voor de terugtocht met de boot waren we voorbereid. We hadden onze regencape aan, want net zoals op de doortocht werd het een zeer heftige boottocht over de immense golven die continu insloegen op de boot. We begaven ons naar het nieuwe guesthouse en nadat we alles geïnstalleerd hadden, kwam onze referentiepersoon James voor de Sepik op bezoek. Hij leek ons net iets meer betrouwbaar dan de overige straatventers die zich aanmelden als gids. Ook zijn minder opdringerig gedrag gaf de doorslag. We besloten om niet het gedeelte te doen in de regio van Angoram, maar naar het moeilijk te bereiken Pagwi.
Vanimo - Wewak via Aitape : glaasje op...laat je rijden
De volgende dag werden we op tijd opgehaald door iemand en werden we met het busje naar de aanlegplaats van de dinghy’s gebracht. Hier ontmoeten we nog een koppel die zeer basic aan het reizen waren. We zagen dinghy’s met lokale mensen eivol vertrekken. Het leek een boot met vluchtelingen met hun volledige inboedel. Er werden fans, stereo’s allemaal meegezeuld.. Enkele ogenblikken later mochten we onze bagage aangeven en kwamen de locals af met hun grote plastieken boodschappentassen. Eens alles ingeladen en afscheid nemen van hun familie vertrokken we met de boot, maar...De reserve motor sputterde wat tegen, dus terugvaren, en met enkele uren vertraging konden we eindelijk vertrekken. Het werd een vier uur durende boottocht. Echt veel comfort was er niet. We zaten achterin op een houten plank. We dachten dat we daar het mooiste plaatsje hadden, en verstonden niet waarom de lokale op de bodem gingen zitten. Daar de boot vrij zwaar geladen was, kregen we achterin de boot continu het opspattende water op ons, en was het vrij duidelijk waarom de Papoea’s op de bodem zaten verschuilt achter de hoge berg van bagage dat afgedekt was met een plastieken zeil.. Alleen Guy, die vooraan op de bagage lag, bleef droog. Na enkele uren besloot ik om het voorbeeld van de Papoea’s te volgen. Ondanks we continu het opspattende water op ons kregen, voelden we hoe de zon brandde. Regelmatig insmeren met zonnecreme, en een hoofddeksel waren noodzakelijk. Na een mooie boottocht op de rustige zee kwamen we aan in het kleine Aitape. Het kleine, pittorske Aitape ligt midden in de jungle. Overal begroeiing met palmbomen, en buiten enkele houten stalletjes, een kerk en een pastorie was er niets te zien. Nu vervoer zoeken naar Wewak was de volgende uitdaging. Daar we met de nodige vertraging vertrokken zijn waren de bussen reeds vertrokken naar Wewak. We liepen naar de markt waar de hele lokale bevolking samenzat en ons allemaal aankeken. Blijkbaar is toerisme hier niet een dagelijks fenomeen. De bevolking zag er allemaal vrij ruig uit, dus echt op ons gemak waren we niet, maar we waren met z’n vijf en besloten ook tijdelijk samen te reizen tot we aankwamen in Wewak. Enkelen kwamen naar ons toegelopen en vroegen dat ze ons konden helpen. We vroegen naar vervoer naar Wewak. We vernamen dat de tocht per bus (wat hier een 4x4 is),enkel ’s morgens rond vier uur vertrekken. Dit was voor ons geen optie, daar we niet ’s nachts willen reizen, zeker niet door de jungle. Er werd al gekeken voor slaping voor ons, we konden eventueel in de pastorie of school blijven slapen tot er opeens 2 goede zielen (Carl en Geoff) ons willen voeren naar Wewak, een rit die ze dagelijks doen. We waren blij om niet ergens hier te moeten overnachten en morgenochtend rond 4u te vertrekken. Ondertussen was het bijna 14u en de tocht duurt tussen de 4 a 6u zeiden ze ons. Wat je moet weten is dat de Papoeas een enorm eergevoel hebben. Als ze zeggen dat ze ons veilig naartoe brengen dan doen ze dan ook, alleen verschilt de manier met de onze.
We kropen met enkele locals en ons 5 en al de bagage achterin de pick up en begonnen aan een nieuw avontuur. De pick up zijn de enige auto’s die je hier ziet. Eens net buiten Aitape wisten we waarom, we reden langs de ongerepte natuur over smalle onverharde grintwegen met immense keien. Een stukje natuur waar alleen de lokale mensen komen die er in kleine dorpjes leven langs de weg.De weg is eigenlijk niet meer dan een pad omgeven door één en al groene jungle.
De rit hangt af van het weer van de voorgaande dagen. Als het veel geregend heeft, kan de rit gemakkelijk zes uur duren. We waren volledig afhankelijk van de “goodwill” van de chauffeurs. Wat we helaas later vernomen hebben is dat beide chauffeurs al heel wat blikjes bier binnen hadden. Er is geen maximale toegestane alcoholpercentage bij het besturen van een voertuig. Hierdoor rijden heel wat mensen onder invloed rond. Ze raasden over de kleine aarden wegeltjes, passeerden rakelings tegenliggers enz...Bij één van de eerste stops hadden we al vrij snel door dat ze fameus boven hun theewater waren. Ze stopten regelmatig en begonnen tegen de deuren van hun auto te plassen en openden terwijl nieuwe blikjes. Al snel bleek dat deze tocht niet echt de ideale optie was, maar we hadden geen andere keus, want we bevonden ons echt “in the middle of nowhere” en waren nergens geregistreerd waar we het laatste geweest waren. Verder zijn er in die regio heel wat overvallen langs de straat, dus waren we genoodzaakt met hen verder mee te rijden. Ze beloofden ons veilig en wel af te leveren in Wewak. Vanaf toen was het voor ons aftellen tot we arriveerden in Wewak. Halverwege maakten we een stop bij een klein fabriekje, waar ze cacoapulp gingen ophalen. Iedereen uit de laadbak en eerst enkele zakken van rond de 75 kg met cacao weer in laden en dan de bagage. De schaarse plaats die over bleef was voor ons 8, waardoor nog minder comfortabel om te zitten in de laadbak. We vroegen om nu minder stops te maken daar we met z'n allen verkozen om door te rijden om tegen de donker aan te komen in Wewak,...maar je bent totaal afhankelijk van hen. Later ging Guy voorin bij de chauffeurs zitten om wat druk te zetten, en bleek dat de vloer vol lag met lege blikjes. Blijkbaar hadden ze meer alcohol binnen dan we verwacht hadden. Hij probeerde op hun verantwoordelijkheid in te praten om ons op een veilige manier ergens af te zetten, waar de ene meer begrip voor had dan de andere. Dan begonnen ze met elkaar te ruzieën en te schreeuwen, dit terwijl ze aan een immens tempo reden over de kleine paadjes. Dit maakte de tocht nog spannender en opeens ook minder leuk. Ze boden Guy regelmatig een blikje bier aan, en hij dronk enkel mee met de intentie “elk bier dat ik drink, drinken zij minder”. Opeens hielden we halt in het midden van de weg en zagen we enkele onbetrouwbare types rond onze auto en ons aankeken. We dachten echt dat het rovers waren, maar toen we vertrokken bleek dat ze autopech hadden en vroegen dat ze met ons mee verder konden. Opeens weken we van de gravel weg af en reden we de dichtbegroeide jungle in. We zaten allemaal vrij stil achterin de pick up, toen er opeens nog een hevige regenbui bij kwam. Toen waren we allemaal pissed. Bij de zoveelste stop vroeg ik hoe lang nog en zei de chauffeur "no worry, be close" wat hier nog ongeveer 90' duurt. Ondertussen was het hier pikdonker, want rond 19u is het hier precies middernacht en reden ze als een gek over de paadjes die nauwelijks breder waren dan de auto. Hier zaten we dan in een laadbak, volledig afhankelijk van Geoff en Carl in het midden van de jungle. Tijdens onze rit doorkruisten we wel een twintig rivieren, soms moesten we ook een stukje door de rivier rijden om dan weer aan de andere kant de tocht verder te zetten. Opeens reden we op asfalt,wat voor ons teken was dat we in de buurt kwamen van Wewak. Ook hier was hun rijstijl alles behalve veilig. Ze reden van links naar rechts en gelukkig kwamen we geen tegenliggers tegen. Met evenveel stops kwamen we rond negen uur aan in een doods Wewak. Je zag geen kat op straat. Het werd een tocht om nooit te vergeten, ook Carl en Geoff zal ik nooit vergeten. Het werd eigenlijk ook wel best een bangelijke trip. Gelukkig is er ons niets overkomen. Volledig uitgeregend en vermoeid maar blij kwamen we aan in Wewak Backpackers Guesthouse. De grote metalen poort met immens hangslot werd open gedaan.Nog nooit sprongen we zo snel uit de pick up, en een mercike kon er echt niet van af. Na de nodige administratie kregen we een kamer aangeboden. We waren blij dat we een bed hadden.
Vanimo : de enige grensoversteek met Indonesisch Papoea
Eens vertrokken aan de grens met onze pmv richting Vanimo kregen we direct een beeld van het tropische PNG. We reden op smalle wegjes die af en toe kleine riviertjes doorkruisten. Met de foute muziek van Bon Jovi zat de sfeer er volledig in en hadden we totaal geen beeld van wat we de komende tijd mogen verwachten.
Net voor we aankwamen in Vanimo-city, wat niet meer is dan een haven en een transitstad, reden we naar een klein wisselkantoortje in de achterbuurt van de haven. Daar wisselden we enkele dollars om in kina(de lokale munt), want we moesten natuurlijk onze bus betalen. Nadat hij alle klanten had afgezet vroeg hij waar we gingen slapen. Daar we geen slaapplaats hadden geboekt reed hij met ons rond naar diverse guesthouses en kerken. De prijs lag beduidend hoger dan in Indonesisch Papoea. We besloten dan maar om te logeren in bungalows in Yako, een veilige buurt buiten Vanimo. Bleek dat Yako op weg lag tussen de grens en Vanimo, dus terug met de bus. We waren de buscchauffeur echt zeer dankbaar ons overal naartoe wou brengen. We vernamen van de busschauffeur dat we zeker voor zes uur moesten binnen zijn, omwille van de veiligheid. Guy en Lindsey gingen wat booschappen doen en vonden het toch wat vreemd dat de straten in Vanimo er bijna leeg waren. Ook op de terugweg waren ze nog maar met enkelen in de bus. Bleek dat het tijdverschil hier één uur verschilt met Papoea, met andere woorden, het was eigenlijk al half zes toen ze terug waren in plaats van half vijf...
De faciliteiten van Tanyuli Bungalows zijn echt basic – een dunne matras op de grond. De generator voor stroom is enkel actief tussen 17 en 22u. Nadien is er niets van elektriciteit. Om nog maar te zwijgen van de sanitaire faciliteiten.De sanitaire blok was een ramp(4 WC’s waarvan 3 gebroken en 1 er zeer ranzig uit zag en rook, de douche was een ranzige, beschimmelde bucketshower, maar we verkozen om te douchen achter het gebouw.Verder konden we aan moederke onze inkopen geven en ging ze voor ons koken tegen betaling, maar we besloten om zelf eten klaar te maken.We hadden enkele broodjes gekocht en een blik met frankfurtworsten. Eerst nog het vuur aan de praat krijgen in de keuken. Na wat hout kappen met de bijl hadden we wat sprokkelhout om het vuur aan te steken. Eigenlijk kan je het best vergelijken met een grote BBQ. Op zich wel leuk om in zo’n oude, primitieve keuken eens te koken met weinig middelen.Het “restaurant” heeft een vloer uit zand met de nodige zandvlooien...’s Avonds is het echt windstil en hoor je het geluid van de kabbelende zee.
De volgende ochtend liften we langs de baan en hopende dat er snel een pmv passeerde die ons meenam naar de stad. Eens aangekomen in “het centrum” waar alles busjes op een rij staan, riep onze chauffeur van gisteren ons toe met “hey white men”en wuifde . We liepen wat rond op de lokale markt en werden met argusogen gevolgd door de lokale bevolking. Nadien begaven we ons naar de Indonesische ambassade om onze Indonesische visum te regelen. Na het nodige administratie werden we al snel geconfronteerd dat er heel wat tijd nodig is tussen iets vragen, de gegevens die doordringen en het krijgen van antwoord. Opjagen of een inspanning doen kennen ze hier niet. Ze lopen er met een 5 tal man doelloos rond…Na wat druk te zetten, konden we in de namiddag onze visum al komen ophalen.
De 3 vereisten om te reizen door Papoea Nieuw Guinea zijn :
-
Stressbestendig zijn
-
Veel tijd en geduld hebben
-
Om kunnen gaan met de “machteloosheid” als toerist en weten dat je volledig afhankelijk bent van de trage levensstijl van de Papoeas
Dagelijks wordt je geconfronteerd met minimum één van de bovenstaande vereisten.
We liepen wat rond en raakten aan de praat met enkele eigenaars van een dinghy, en vroegen hoe we hier weg geraken in Vanimo. Blijkbaar is er geen weg tussen Vanimo en Wewak. De enige twee opties waren met de boot van Vanimo naar Aitape, en daar de lokale bus te nemen naar Wewak, of met het vliegtuig. Tijdens de voorbereiding van de reis vonden we enkel lokale vluchten in PNG van Air Niugini en Airlines PNG. Tot we in Vanimo te horen kregen dat er recentelijk een nieuwe luchtvaartmaatshapij is gestart : Travel Air. Groot voordeel van deze maatschappij is dat ze vier/week vliegen tussen Vanimo/Wewak/Lae/Port Moresby. Er zijn geen vluchten vanuit Lae naar Vanimo met de overige vliegmaatschappijen, dus haden we al een ticket geboekt van Lae – Port Moresby, om nadien te vliegen naar Vanimo(kwestie om wat vliegmijlen op te bouwen), want dit zijn de twee uitersten van het land. We probeerden ons eerder geboekt ticket van Lae – Port Moresby te annuleren, maar dat leek hier geen evidentie.
Helaas waren we niet op de hoogte van het bestaan van Travel Air (en konden we het ook niet weten, want ze hebben geen website). Net zoals zoveel low budget luchtvaartmaatschappij hebben ze maar een aantal goedkope plaatsen, en waren deze helaas allemaal volgeboekt. De eerste vlucht was de week nadien..Dus bleef enkel de optie per boot over. We begaven ons terug naar de schippers en vroegen naar de prijs voor de boottocht. Gelukkig kennen ze hier geen lokale en toeristenprijs, iedereen betaald hetzelfde. Na overleg beloofden ze ons de volgende ochtend te komen ophalen, zodat we vroeg konden vertrekken.
We liepen wat doelloos rond in het centrum en zagen dat we door een ongure, onbetrouwbare type achtervolgd werden. We gingen wat shoppen en zag dat hij ons achterna kwam. Hij bleef op afstand ons steeds achterna lopen. We hadden al een “worstcasescenario” bedacht, maar gelukkig hadden we die niet nodig. Op een bepaald moment gingen we tussen de lokale bevolking gaan zitten, en nadat hij wat doelloos ronddoolde ging hij uiteindelijk weg. Wat enorm opviel is dat alles hier achter afsluitingen en tralies zat. Vooral de kassa’s zijn goed beveiligd, mensen worden gefouilleerd bij het binnen en buitengaan van een supermarkt, en security aan de ATM en banken. Ondanks alle maatregelen hadden we een weinig onveilig gevoel. Als toerist werden we nooit gefouilleerd en zodra er een lokaal iemand te dicht in onze buurt kwam, stond er in de kortste tijd een security bij. Wat betreft boodschappen doen viel het hier in Vanimo best wel mee, we werden door iedereen aangesproken en elk op hun toer willen ze onze “bodyguard” zijn. Wat eten betreft, is iets moeilijker...nergens vind je iets langs straat om te eten, dus waren we steeds genoodzaakt om zelf te koken.
Ahmed de wegpiraat
Vervoer vinden naar de grens met Papua Nieuw Guinea is geen evidentie vanuit Sentani. De meeste busjes rijden maar lokaal in en rond Sentani, en zodra je richting Jayapura wil moet je de bus nemen of een auto charteren. We stonden te liften tot opeens 2 moslimbroeders ons zagen staan aan de andere kant van de weg. De chauffeur was zijn broer komen ophalen aan de luchthaven en reed richting Jayapura. Guy, die een woordje Arabisch sprak begon in hun taal een gesprek aan en sprak enkele wijze verzen uit de koran. Ze waren zo verbouwereerd dat ze besloten ons mee te nemen. Lindsey nam plaats naast de chauffeur, Guy, ikzelf en de broer namen plaats in de laadbak tussen de bagage en enkele trossen bananen. Op zich hadden we hel veel geluk met deze lift, maar al snel werden we geconfronteerd met de rijstijl van “Achmed”. Hij reed al toeterend slalommend tussen het drukke verkeer. Daar wij enkel zicht hadden op het verkeer achter ons was het vrij bangelijk om dat allemaal te zien. Af en toe stak hij zijn hand uit, keerde hij zijn auto in het midden van de straat en reed hij via kleine wegeltjes weg uit het centrum. Na een helse rit stopte hij opeens en trakteerde hij ons op een frisdrank. We vroegen terwijl om de rijstijl wat aan te passen. Bijna aangekomen in Jayapura stopt hij opnieuw, gaf hij zijn broer geld om op eigen houtje naar huis te gaan en besloot hij ons te brengen naar de grens, wat 60 km buiten Jayapura ligt en voor hem volledig een omweg was. Eens in Jayapura aangekomen melden we ons aan in het Immigration Centre voor een exitstempel, maar daar we onze visum al hadden voor PNG konden we vrij snel de tocht verder zetten en konden we die bekomen aan de grensoversteek. We moesten ons wel haasten, wat de grensoversteek sloot om 16u en het was indertussen al middag gepasseerd en de tocht duurde ongeveer een drie uren. Vooraleer het traject Jayapura – grensoversteek werd verdergetzet maakten we nog even een korte stop en ging hij even bidden in de moskee. Na het bidden werd de rit met de wegpiraat verder gezet. Lindsey moest de hele rit maar luisteren naar het kakelen van de chauffeur die haar probeerde te bekeren tot de moslim..Met gierende banden reed hij door de bochten en al toeterend bracht Ahmed ons naar de border want “met Allah duurt de rit maar 90 minuten” wat de helft is van de tijd die ze ons zeiden in het Immigration Centre. Regelmatig klopten we op het kleine raampje tussen de laadbak en waar de chauffeur zat en probeerden duidelijk te maken dat hij zijn snelheid moest aanpassen, de enige reactie die we kregen was een duim omhoog door het venster en “everything okay in the back” “no problem”...
En inderdaad, 90 minuten later, 4 versleten banden verder met een oververhitte motor en vermoedelijk bijna kapotte ontkoppeling geraakten we levend aan de grens. We waren blij dat we heelhuids aankwamen aan de grens. Aan de eerste stop zaten enkele snotneuzen in legeruniform met zware AK 47 en voor de eerste maal werden onze paspoort gecontroleerd. Dan moesten we wandelen naar de 2e post waar we onze exitstempel kregen. Zoals aan zoveel grensoversteken wandel je dan een stukje door niemandsland waar opeens een grote poort staat met Papua New Guinea. Het leek wel op een bouwwerf die afgezet was met prikkeldraad. Na de nodige administratie kregen we onze stempel in onze paspoort. Vooraleer we het land mochten binnengaan, werd onze bagage tochwel vrij grondig gecontroleerd op fruit en groenten. We hadden wel wat booschappen gedaan(vooral conserven en droogvoer) in Sentani, daar we wisten dan Papua Nieuw Guinea toch wel beduidend duurder was. Gelukkig konden we al deze produkten houden. Er stond een klein busje (pmv) op ons te wachten aan de grens. Eens het busje volledig volgeladen was reden we richting Vanimo.
Afscheid van Wamena, op weg naar Biak
’s Morgens heerste er nog een immense stilte op straat, ze waren nog de straten aan het borstelen en het was nog donker. We wilden persé vroeg op de luchthaven zijn zodat we zeker meekonden op de eerste vlucht, want we hadden ons lesje al geleerd betreffende gecancellde vluchten.
We kwamen als eerste aan op de luchthaven en alles was nog gesloten. Na een uur wachten kwam er beweging en mochten we “aanschuiven” in de chaos om ons in te checken. Bleek dat het eerste vliegtuig volzet was en dat we niet mee konden vliegen. Maar uit ervaring wisten we ook dat de eerste vlucht die normaal om 7u zou vliegen, pas omstreeks 10u zou vliegen, waardoor de tweede en derde vlucht ook opschuiven en waardoor een grote kans bestaat dat de derde zelfs die dag niet vliegt.
Samen met Wendius contacteerden we de persoon die verantwoordelijk was voor het boeken van de vluchten en waar we enkele dagen geleden onze ticket hadden gewijzigd. Na wat heen en weer getelefoneer kwam de man af met 3 tickets voor ons en konden we gelukkig toch mee met de eerste vlucht. We hadden een smoesje dat we in Jayapura een connectievlucht hadden naar Biak (wat eigenlijk niet zo was). Na vele uren vertraging en afscheid genomen te hebben van Wendius en Famuka (die echt veel gedaan hebben voor ons) vertrokken we richting Jayapura. Zonder Wendius en Famuka zou het bijna onmogelijk geweest zijn om hier rond te reizen en al deze indrukwekkende momenten te beleven. Onze reis kon nu niet meer stuk.
Tijdens de terugvlucht besloten we om toch maar te kijken dat er diezelfde dag geen vluchten waren naar Biak om enkele dagen tot rust te komen, want die hadden we echt verdient.
Bij aankomst in Jayapura stonden Ellen en Jill ons op te wachten. Ze vertrokken enkele dagen later richting Jakarta. We babbelden nog wat over de zware trekking en gaven wat gerief en souvenirs mee die we dan niet mee moesten sleuren tijdens de overige reistijd. Nadien gingen we op zoek naar een vlucht naar Biak en hadden we het geluk dat er twee uur na aankomst een vlucht was met Merpati richting Biak.
Nu was het echt afscheid nemen van de meisjes en met z’n drie vlogen we richting Biak. We hadden er wat over gelezen en leek voor ons een stukje tropisch paradijs. Bij aankomst leek het toch wel iets anders te zijn en was Biak-city eigenlijk wel een domper. Het is een drukke stad met drukke straten. De enige slaapplaatsen zijn hier hotels, en na wat hotels te vergelijken besloten we te slapen in Instia Beach Hotel. We lieten een extra matras in de kamer leggen waardoor we de kosten konden delen. We wandelden wat rond op het kleine marktje in de buurt waar enorme tonijnen en merlijn verkocht werden en waar we (om bij vissen te blijven) als snoek werden aangekeken. De volgende dag besloten we weg te gaan uit het centrum en te verhuizen naar Bosnik. Eens aangekomen in Bosnik kom je in een volledige andere buurt met prachtige stranden met hoge palmbomen en azuurblauwe zee. Overal zie je de gekende vissersboten met een soort trimaransysteem. Aan beide kanten van de smalle boot zijn er vlotters gesjord. We verbleven er in het pittoreske Bosnik Beach Guest House. Hier was het echt tijd om even tot rust te komen, een boek te lezen en gewoon te relaxen. Op wandelafstand van het guesthouse heb je het eigenlijke strand met enkele rieten huisjes op palen die deels in het water staan, waar de locals samenkomen. Bosnik is de ideale plaats om te snorkelen, maar breng wel je eigen snorkelgerief mee. Het is gekenmerkt door mangroves, een kerk en overal bouwvallige houten huisjes.
Operation “free turtle”
Dagelijks wordt er op de vismarkt verse vis verkocht, en helaas ook schildpadden. We hadden eerder al een hoofd van een schildpad zien liggen die zo te zien van een enorme schildpad moest geweest zijn. Op een dag liepen we opnieuw over de drukke vismarkt en zagen we een levende schildpad te wachten op een koper. Het was ongeveer een schildpad van 50 cm. We kregen het niet over ons hart om dit dier hier te laten wachten tot het doodgemaakt wordt voor één of andere maaltijd. We vroegen wat de prijs was en voor 150.00 Irp (€10) waren we de nieuwe eigenaars van de schildpad. Op zich hadden we al vrij veel aandacht van de lokale mensen, daar er weinig toeristen hierheen komen. Maar met een schildpad onder de arm stond iedereen stomverbaasd naar ons te kijken. Hier en daar zagen we enkele lokale mensen met hun duim omhoog naar ons teken doen. Af en toe spartelde de schildpad wel tegen, en goten we water over hem heen. De bedoeling was om hem op een veilige afstand weer in het water te laten. Na een half uurtje stappen zette we de schildpad opnieuw in zee en zwom hij hevig te keer het ruime sop tegemoet. Misschien wordt hij morgen weer gevangen, maar dan heeft hij toch een dag langer geleefd.

In de middag liften we richting Opiaref. Hier zaten we volledig afgelegen van de bewoonde wereld. We zagen enkele kinderen op veilige afstand van ons mooie zandkastelen te maken met hangbruggen, versierd met schelpen. Al spelend kwamen ze steeds dichter bij ons tot ze zagen dat we niet “gevaarlijk” waren. Guy en ikzelf besloten ook om een zandkasteel te maken, en opeens kregen we hulp van een twintig paar kleine handjes. We hebben samen met hen een reuze kasteel gemaakt en gingen nadien met hen ravotten in de zee. Zowel de kinderen als wijzelf hadden het best naar onze zin. Bij het afscheid nemen leken ze enorm treurig, want hier krijgen kinderen zelden aandacht van hun ouders en ravotten de ouders ook niet men hun kinderen. Ze waren ons zeer dankbaar en opeens kwam er een bedeesd meisje die in haar beste Engels ons bedankte voor de fijne namiddag. Opnieuw een dag die we niet snel zullen vergeten. ’s Avonds genoten we van de oranje gloeiende ondergaande zon met een kalme zee op de achtergrond met wuivende palmbomen. Op zo’n momenten dringt het tot je door dat we echt van geluk mogen spreken dat we dit kunnen beleven en meemaken. Met de rugzak vol propere was namen we afscheid van Bosnik en logeerden we nog één dag in Instia Beach Hotel om de volgende ochtend in de vroege ochtend naar de luchthaven te gaan. We werden met een busje naar de luchthaven gebracht en waren natuurlijk op tijd...wie was er niet op tijd..het vliegtuig.. Nu, al bijal vrij vlot aangekomen in Jayapura en één nacht verbleven in Grand Tahara Hotel. We boekten hier enkele nachten voor als we terugkwamen van Papoea Nieuw Guinea en lieten een deel van de bagage hier achter.